“Ik wist niet dat anderen het ook hadden, ik dacht dat ik de enige was”.

Zes vrouwen komen bij elkaar op een woensdagavond bij mij thuis. Het eerste moment voelt een beetje awkward. Kat-uit-de-boom-kijkers. Er wordt weinig gezegd. Ogen speuren voorzichtig rond, kijkend naar herkenning, verbinding. Een typisch dingetje. Wat vervolgens gebeurt lijkt tegenstrijdig maar is ook goed te verklaren. Na een paar minuten beginnen de mensen zich te openen. De omgeving voelt veilig. Waar veel deelnemers gewend zijn om een veiligheidsmuurtje om zich heen op te trekken, blijkt dat nu niet nodig. In een rap tempo begint iedereen persoonlijke ervaringen te delen.

‘Heb jij dat ook?’ hoor ik een paar keer voorbij komen.

Vervolgens keren sommige blikken weer naar binnen. Maar dit keer niet uit zelfbescherming. Maar om oude situaties opnieuw te bekijken. Iedereen heeft wel van die herinneringen die iets minder mooi zijn. Momenten dat je het gevoel had dat je voor schut stond. Of dat je het in je eigen ogen af hebt laten weten. Wat als je terugkijkt met het idee dat je hooggevoeligheid toen een rol gespeeld heeft?

Een eigen voorbeeld. Ik heb jaren op kantoor gewerkt. Of tenminste, proberen te werken. Het geroezemoes om me heen, collega’s die telefoneerden, de steriele kantooromgeving. De apathie van sommige collega’s die er geen zin (meer) in hadden. De geur van de vloerbedekking. Het kunstlicht terwijl buiten de zon scheen. Het had allemaal een enorme impact op me. En geen positieve. Het kostte me veel energie. Ik voelde me laveloos. En omdat ik wel iets wilde presteren voelde ik me nog ’ns zwaar gefrustreerd. Om de negatieve spiraal nog uit te breiden; hoe creatief is een data analist die zich moe en gefrustreerd voelt? Hoe kunt je dan nog energiek en pro-actief deelnemen aan ellenlange afdelingsoverleggen? Wat volgde was kritiek op mijn weinig pro-actieve werkhouding.

Herkenning was er dus die woensdagavond. Herkenning in elkaars verhalen. En herkenning van typische hoogsensitiviteits-dingetjes in de eigen herinneringen. Die herkenning is de stap naar erkenning. Erkenning dat je geen disfunctionele idioot bent die niks kan (dat is m’n eigen zelfbeeld als ik aan mijn jaren als data-analist denk). En wellicht al de erkenning dat je ook van je omgeving mag vragen rekening met jou te houden.

Hoe creatief en productief was ik geweest in een HSP-vriendelijke omgeving. Om maar wat te noemen; ruimte, frisse lucht. Vrijheid om m’n eigen werktijden te kiezen. Om de momenten dat ik even niet meer kon naar buiten kunnen gaan of even naar huis. Vertrouwen krijgen. Een supervisor hebben die niet van je eist dat je de hele tijd energiek en pro-actief bent. En vooral ook; een rustige werkplek waar ik me even af kan sluiten van iedereen.

20% van de bevolking bestaat uit hoogsensitieve mensen. Maar veel HSP’s (om ze zo even af te korten) weten helaas niet dat er meer van hen zijn. Veel lopen in het dagelijks leven tegen problemen aan die ze vervolgens op een typisch hoogsensitieve manier proberen op te lossen; de schuld bij zichzelf te zoeken. Proberen te begrijpen wat er precies misgaat en het zelf op willen lossen.

En wat als we het eens niet zelf op gaan lossen? We zijn met 20 procent. Kijk eens om je heen. Er lopen genoeg van ons rond. Misschien is die ene collega op het werk die zo apatisch overkomt ook hoogsensitief. Zullen we elkaar meer proberen te vinden? Herkennen, erkennen. Elkaar, onszelf.

Auteur: Francisco Beisterveld. Francisco is mindfulness trainer, psycholoog en coach. Hij geeft cursussen en workshops specifiek voor hoogsensitieve mensen. Voor meer informatie zie www.amsterdam-mindfulness.nl.

Leave a Reply

Your email address will not be published.